Vous êtes ici

"Vraag twee franc aan ze"

Author: 
CARMELOT Jules
Text collected by Etienne Marie-Orléach
Text prepared, formated and annotated by Etienne Marie-Orléach
Translation Rokus Hofstede, with assistance from students in the Master’s program in Translation (University of Antwerp) and graduates of the Vertalersvakschool (Amsterdam)

Om onder gedwongen tewerkstelling [Service du Travail Obligatoire of STO] uit te komen, verlaat Jules Carmelot de stad Cherbourg en duikt hij onder op een afgelegen kleine familieboerderij in de gemeente Yvetot-Bocage (op het schiereiland Cotentin), niet ver van Valognes. Daar is de jongeman getuige van het overvliegen van opeenvolgende luchteskaders, wat een ophanden zijnd debarkement lijkt aan te kondigen. Op de ochtend van 6 juni – D-day – komen de eerste vluchtelingen aan op de boerderij om er voedsel en veiligheid te vinden. Deze korte getuigenis werd geschreven in 1983. De titel “Vraag twee franc aan ze” is door ons toegevoegd.

6 juni 44 begon voor mij al op 5 juni, rond acht uur ’s avonds.

Motorgeronk, ik kijk naar boven en zie een jager die vrij laag overvliegt, hé, denk ik even, die Spitfire1 durft,2 en weg is hij.

Mijn vaders nicht[,] die in Yvetot-Bocage op een afgelegen plek woonde (La Lande des Millières), had me vanaf mijn achttiende tegen betaling van kostgeld laten onderduiken. Anders was het de STO en Duitsland [.] Bij de bevrijding had ik natuurlijk geen cent meer.

De avond van 5 juni net als elke avond, soep en naar bed. Ik hoorde het middernacht slaan, en in de verte een geluid dat ik nog niet eerder had gehoord. Tegen twee uur ’s ochtends werd ik wakker van het zware geronk van motoren, het deed denken aan de eskaders vliegende forten die de V1-lanceerbases kapot schoten.

Ik stond op en keek naar buiten, ik zag een vliegtuig brandend neerstorten. Daarna het schimmenspel van vliegtuigen die andere vliegtuigen leken voort te trekken, dat alles tegen een achtergrond van lichtflitsen. Pittige schotenwisselingen. Dat duurde zo een uur of twee.

Geen adempauze zwaar geschut gesis van granaten [,] die links en rechts inslaan en paniek zaaien onder de vijandelijke troepen, gevolgd door droppings van parachutisten die her en der landen. Dan breekt eindelijk de dag aan, er klinkt alleen nog een zwaar gerommel in de verte.

In de loop van de ochtend komen de eerste vluchtelingen aan en voor het eerst zag ik mijn vrouw, haar huis was die nacht door een granaat getroffen.

In twee dagen tijd zijn er een stuk of twintig aangekomen. Eerste probleem proviandering, behalve melk en brood was er niet veel maar het is toch aardig gelukt. ’s Avonds moest er gemolken worden om melk te hebben, [met] de dochter des huizes en haar nicht (nu mijn vrouw) gaan we op weg naar een wei die tamelijk verscholen ligt, alles loopt gesmeerd, maar op de terugweg staan we ineens oog in oog met twee tot de tanden gewapende moffen die ook uit waren op melk. Ze houden me onder schot met een machinepistool en eisen melk, ik doe wat ze vragen, pak de emmer en schenk hun veldketels vol, juffrouw MH gierig als ze is zegt tegen me, vraag twee francs aan ze.

Ik zweer je, dat was absoluut niet bedoeld als grap, ik zeg, die veertig stuiver krijg je straks wel van me, en eenmaal terug op de boerderij nam de rijke boerendochter dat geld aan dat het hachje van een weesjongen had gered.

Het Amerikaanse leger kwam almaar dichterbij, een paar teutonen liepen met een stuk of wat gevangenen rond (krijgsgevangenen).

In de twee weken daarna tot aan onze bevrijding, zag ik hoe Montebourg in vlammen opging en hoe Valognes werd platgegooid.3

Toen ik na heel wat ellende terug kon naar Cherbourg, zag ik dat mijn huis half verwoest en leeggeplunderd was (maar door wie?).4

Ik was bijna twintig, mijn voogdes tekende zodat ik kon in dienst kon. In 1946 kwam ik terug, ontslagen uit het ‘Rijn en Donau’-leger5, en waar was het allemaal goed voor?

Een verhaal als zoveel andere.

Een behoorlijk beroerd [verhaal].



  • 1 Brits jachtvliegtuig.
  • 2 We maken de lezer opmerkzaam op het feit dat de verteller nooit gebruikmaakt van dubbelepunt en aanhalingstekens als hij een passage in de directe rede opneemt. Wel gebruikt hij soms, zoals hier, twee komma’s om begin en einde van een citaat aan te geven.
  • 3 Montebourg, dat op weg naar Cherbourg ligt, speelt een cruciale rol in de strijd om het schiereiland Nord-Cotentin. Onder meer op 8, 10 en 12 juni wordt het stadje getroffen door bombardementen. Fosforbommen en vanaf slagschepen afgevuurde granaten veranderen Montebourg in een vlammenzee. Een aantal inwoners zoekt beschutting in de abdij, maar velen verlaten hun kelders en slaan op de vlucht. Drie bombardementen op 6, 7 en 8 juni maken Valognes, het ‘kleine Normandische Versailles’, met de grond gelijk. Het charmante stadje wordt in de as gelegd. Het dodental nadert de 300.
  • 4 Een vraag die kenmerkend is voor een realiteit van de Slag om Normandië. De bezettingstroepen plunderen allerlei materiaal dat op Frans grondgebied aanwezig is: voedingsmiddelen, transportmiddelen, waardevolle voorwerpen. Maar in de getuigenissen van Normandiërs zijn de Duitsers niet de enigen die van plunderingen worden beschuldigd: ook Fransen en Geallieerden nemen eraan deel, tot woede van de ontstelde burgers.
  • 5 Naam gegeven aan het 1e Franse leger. Dit leger, onder bevel van generaal De Lattre de Tassigny, bestaat uit in Noord-Afrika gestationeerde eenheden die behoren tot het voormalige wapenstilstandsleger (van het Vichybewind). Na te hebben deelgenomen aan de gevechten in Italië, en vervolgens aan de Operatie Dragoon op de Rivièra (in augustus 1944), neemt het veel jonge Fransen in zijn gelederen op die willen meevechten met de geallieerden.
Archive Number:
  • Numéro: TE393
  • Lieu: Mémorial de Caen
X
Saisissez votre nom d'utilisateur pour Mémoires de guerre.
Saisissez le mot de passe correspondant à votre nom d'utilisateur.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.
En cours de chargement